Kinderen
Een belangrijke ontwikkeling in het basisonderwijs van de laatste jaren is ‘Weer Samen Naar School’. Het doel hiervan is dat kinderen op de basisschool kunnen blijven, ook als zij problemen tegen komen. Die problemen kunnen verband houden met de leerstof: te moeilijk of juist te gemakkelijk. Dat betekent dat de school haar werkwijze moet aanpassen en dat de leerkrachten zich dienen te bekwamen in een andere manier van lesgeven. In het hoofdstuk over de nieuwe organisatie van onze school vertellen we al hoe wij onder andere tegemoet komen aan de verschillen tussen kinderen. Hoe wij als school de zorg verder organiseren en op welke manier we de kinderen hulp en begeleiding willen geven leest u in dit hoofdstuk.
Leerinhouden en lesmaterialen
Bij de aanschaf van lesmaterialen wordt rekening gehouden met de kerndoelen. Aandachtspunt is het gebruik en zonodig de aanschaf van extra materialen. Dit om meer te kunnen werken vanuit aanleg en tempo van iedere leerling afzonderlijk.
De orthotheek en het leerlingvolgsysteem (Dotcomschool) bieden hierbij belangrijke mogelijkheden. De orthotheek is een soort bibliotheek van les- en toetsmaterialen. Deze worden gebruikt voor leerlingen met een aangepast lesprogramma. In het leerlingvolgsysteem (Dotcomschool) worden de resultaten van de CITO-toetsen geregistreerd en kunnen we de prestaties van leerlingen van onze school vergelijken met alle kinderen in Nederland. Zo kunnen we elk kind kritisch volgen en ook kritisch naar onze methoden en lessen kijken. Met behulp van de resultaten van de CITO-toetsen kun je, afhankelijk van het aantal fouten en het soort fouten, vaststellen welk extra werk of welk hulpprogramma het kind nodig heeft.
Visie op zorg
De zorg voor onze leerlingen moet naar ons idee beantwoorden aan de volgende eisen:
Zo vroeg mogelijk:
Het zo vroeg mogelijk ontdekken dat hulp nodig is.
Zo kort mogelijk:
Hoe vroeger je een probleem ontdekt, des te korter de extra hulp.
Zo dichtbij mogelijk:
Beter in de klas dan daarbuiten.
Zo flexibel mogelijk:
Goed kijken wat nodig is. Zo nodig met doorbreken van vaste patronen.
Zo licht mogelijk:
Als je er snel bij bent en goed kijkt wat nodig is, kun je vaak met een beetje hulp
veel bereiken. Dat voorkomt een zware ingrijpende aanpak.
Dit alles betekent:
· dat de hulp zoveel mogelijk in de groep moet plaats vinden;
· volgen via het leerlingvolgsysteem en door een interne begeleider;
· gebruik maken van onderwijsassistentes;
. gebruik maken van video-interactie -begeleiding.
Door te werken in niveaugroepen kunnen wij al meer dan voorheen de kinderen “zorg op maat” geven. Mocht een kind daarnaast speciale aandacht en oefening nodig hebben, wordt er een begeleidingsformulier of handelingsplan ingevuld door de leerkracht of intern begeleider. In dit begeleidingsplan of handelingsplan wordt beschreven waarom de extra oefening gedaan moet worden, waaruit de extra oefening bestaat, en hoe het geëvalueerd gaat worden. Als er extra onderzoek bij kinderen nodig is of als wij externe hulp in willen schakelen kunnen wij een beroep doen op het Dienstencentrum (zie blz. 34). Mocht een kind nader onderzocht moeten worden, gebeurt dat altijd in overleg met de ouders. De intern begeleiders hebben de cursus HandelingsGericht Werken (HGW) gevolgd. Met behulp van het geleerde zijn de intern begeleiders nog beter in staat goed te kijken naar de behoeften van ieder kind en passende vervolgstappen te bepalen.
Alle scholen in het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Maasland zijn de inspannings-verplichting aangegaan om iedere leerling díe onderwijskundige zorg te bieden die nodig is.
De zorgleerlingen worden ondergebracht in 5 niveaus.
Niveau 1: Algemene zorg in de groep.
De leerlingen in dit niveau ontvangen de gewone en alledaagse hulpverlening in de groepen 1 t/m 8. In dit zorgniveau gaat het om goed onderwijs voor alle leerlingen. Anders gezegd: onderwijs dat is aangepast aan de onderwijsbehoeften van deze leerlingen. De groepsleerkracht neemt zelf beslissingen over deze algemene zorg.
Niveau 2: Extra zorg in de groep.
Hier gaat het om de éxtra zorg die aan dit kind wordt gegeven door de leerkracht(en) van de groep. Het kan gaan om individuele hulp bij een of meer vakken, om begeleiding van gedrag, de motoriek of om een combinatie hiervan. In principe betreft het kortdurende zorg, waarbij wel een begeleidingsplan wordt opgesteld met daarin adviezen. De groepsleerkracht zoekt in samenwerking met de interne begeleider naar mogelijkheden om de lichte achterstanden of problemen van deze leerlingen te begeleiden.
Niveau 3: Speciale zorg na intern onderzoek.
Leerlingen in dit niveau worden door de eigen leerkracht of door bijvoorbeeld de interne begeleider van de school onderzocht en /of geobserveerd. Er wordt daarna een handelingsplan opgesteld waarin wordt beschreven wat het probleem is en wat er aan gedaan kan worden. Ook staat er in wie het plan uitvoert en wanneer het plan effect moet hebben. Beslissingen over de voortgang van deze speciale zorg worden op schoolniveau genomen en uitgevoerd. De afspraken worden ook op schoolniveau vastgelegd in het zogeheten leerlingvolgsysteem.
Niveau 4: Speciale zorg na extern onderzoek.
Indien intern onderzoek vragen oproept, die niet door de eigen schoolorganisatie beantwoordt kunnen worden, dan kan de hulp van externe instanties ingeroepen worden bij het diagnosticeren.
Op basis van een nauwkeurig omschreven vraag wordt onderzoek gedaan door een externe instantie, waarbij getracht wordt zo concreet mogelijk antwoord te geven op de onderzoeksvraag in de vorm van hulpverlenings- en /of begeleidingsvoorstellen. Dit alles kán en mág pas geschieden na schriftelijke toestemming voor een dergelijk onderzoek van de ouders/verzorgers.
Niveau 5: De zorg in de speciale school voor basisonderwijs.
Wanneer de school aangeeft dat de leerling ook in niveau 4 niet verder kan worden begeleid, zal worden bekeken of overplaatsing naar de speciale school voor basisonderwijs of naar een andere basisschool wenselijk is. Er kan dan worden voorgesteld om het kind aan te melden bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg, de PCL. Wanneer na onderzoek door de PCL wordt geconstateerd dat voor deze leerling onvoldoende hulp kan worden geboden in de niveaus 1 tot en met 4 van de gewone basisschool, kan het kind een beschikking van toelaatbaarheid tot niveau 5 krijgen. Dit vijfde zorgniveau wordt geboden op de Speciale School voor Basisonderwijs: het Baken.
In principe zijn alle plaatsingen in niveau 5 tijdelijk. Op afgesproken momenten wordt geëvalueerd of het voor de ontwikkeling van een kind wenselijk is terug te gaan naar het reguliere basisonderwijs.